2DAY'S POSTS DIARY

DIARY | De Eenzaamheid Van Een Duurloop

Afgelopen zondag stond mijn duurloop op de planning, na een mislukte poging van 3,3 km die abrupt werd verstoord door een immense donkere regenbui inclusief telefoon die gauw naar binnen moest, deed ik tien minuten later een tweede poging. Die wél lukte. Tijd om je weer mee te nemen in mijn duurloop. Lees je mee?

Mijn grijze shirt is nog nat van de plensbui die ik zojuist over mij heen heb gekregen. Mijn lok haar zit in sliertjes aan elkaar geplakt, de druppels druipen mijn hals in en ik droog mijn TomTom sportwatch met een handdoek. Tijd voor poging twee. Ik zet de GPS weer aan, stop de huissleutel in het vakje van mijn broekje en stap naar buiten. De warming-up is in ieder geval al klaar.

Het valt me op dat het behoorlijk druk is op de weg, terwijl ik over het viaduct oversteek en afdaal richting de polder ben ik al heel wat auto’s gepasseerd. Eenmaal in de polder blijft dat onveranderd. Auto’s gaan in de rem, waardoor ik kan blijven lopen en de passerende auto aan de andere kant door kan rijden. Ik bedank ze met een knikje en soms met een hand in de lucht.

Ook heb je de auto’s die niet aan de kant gaan, die je een adrenaline boost geven tijdens je run. Maar niet de prettige. De auto’s die je de berm in laten springen of precies op het randje langs je scheuren. Het ergste schrik ik als ik op een lange weg op het fietspad loop. Ik loop altijd links, zodat ik zie wat mij tegemoet komt en ik erop kan anticiperen. Er komt een bus aan. Er is verder niemand op de weg. Er is geen bushalte. Dus ik loop rustig door. De bus nadert. Maar hij wijkt niet uit. Op een laatste moment zorgt mijn overlevingsinstinct ervoor dat ik wegschiet links de stoep op. Ik schrik, want de bus dendert gewoon rechtdoor vlak langs me voorbij, wijkt geen centimeter uit en neemt het hele fietspad in beslag, Hij was dus werkelijk niet van plan om te stoppen.

Ik kijk nog een laatste keer achterom, constateer nog een keer dat er geen ander verkeer was, geen bushalte, geen reden om niet een stukje uit te wijken. En ik schrik er nog een keer van. Wat een halve gare. En wat ben ik blij dat ik wegsprong.

Ik vervolg mijn run, schud die rare buschauffeur van mij af en concentreer mij op mijn passen. Mijn ademhaling is laag. Mijn hartslag ook. Ik loop met een gemiddelde van 155. Soms 160 bpm. Maar niet hoger. Ik moest rustig lopen vandaag van mijn trainer. Ik had beloofd te luisteren. Braaf gehoorzaam ik maar. Ook al zou ik liever een tandje bijzetten.

Ik heb mijn keerpunt bereikt en draai weer om. Op hetzelfde stukje weg, waar zojuist de ene na de andere auto voorbij kwam, is er nu geen hond te bekennen. Het zonnetje schijnt waterig door de prachtige lucht, die getekend wordt door het afwisselende weer. Strepen wit vermengen zich met het heldere zomerse blauw. Er is geen teken meer van donkere  buien, je vindt ze enkel nog terug in de plassen op de grond.

Ik heb het idee dat ik alleen op de wereld ben. Het is al geruime vijf minuten stil om mij heen. Geen fietsers. Geen auto’s. Geen bussen. Een vlinder besluit mij een stukje te volgen. Ik begin breed te glimlachen. Als ik ergens blij van wordt dan zijn het vlinders. De sierlijke manier van bewegen, de prachtige en unieke kleuren, de vrijheid. Ik volg haar een stukje alvorens onze wegen weer scheiden.

Weer kijk ik om mij heen, nog steeds niemand. Ik besef hoe eenzaam een duurloop kan zijn. Wanneer je helemaal alleen tussen de eindeloze weilanden loopt. Geen muziek in je oren. Enkel het ritme van je voetstappen op de grond en je ademhaling. Je kunt niet sneller thuis zijn dan dat je nu gaat, want het scheelt je uiteindelijk maar een paar minuten. Je kunt je niet verstoppen binnen achter je computer, maar ook niet praten met de mensen die je kent. Of ze een berichtje sturen. Je hebt alleen jezelf, de enige tegen wie je nu kunt praten of sereen stil mee kunt zijn. Heerlijk.

Ik nader het einde van mijn loop alweer, begin te huppelen en eindig in wandelpas. Als ik de sleutel in de voordeur steek en mijn schoenen uittrap bij de deur, plof ik tevreden neer in de stoel. Mijn kuitjes voelen goed. Mijn benen voelen goed. Weliswaar wel op een goede manier van:  je hebt ons zojuist  bijna 1,5 uur laten lopen, maar ze zeuren niet. Ik ben het voorval met de bus allang alweer vergeten en verheug mij alweer op mijn volgende training. Ik start de laptop op en begin te schrijven, over hoe eenzaam een duurloop kan zijn. En besef mij dan ineens dat eenzaam niet altijd vervelend hoeft te zijn.

Liefs, Girlontherun
Kirsten

 

You Might Also Like

3 Comments

  • Reply
    Jildou
    25 augustus 2014 at 10:25

    Wauw, fijn geschreven! Heerlijk dat je loop zo goed ging!

    • Reply
      Girlontherun
      25 augustus 2014 at 17:22

      Dankjewel Jildou!!

  • Reply
    Irene
    30 augustus 2014 at 05:16

    Jij schrijft prettig. Ik ga vaker op je site kijken.
    Die eenzaamheid is inderdaad soms heerlijk. Voor mij staat het soms gelijk als een soort meditatie.

  • Leave a Reply